"Uiteraard gaat iedereen naar de walvishoofdstad van Europa: Húsavik"

Reisblog Jeannet Spaltman - Mijn Reiskennis


“Mijn eerste bezoek aan IJsland was een citytrip naar de hoofdstad Reykjavik. Dit was een leuke trip met diverse excursies. En echt: als je niet al te veel geld hebt en toch dit heel bijzondere land wilt leren kennen is dit een prima idee. Vooral in de wintermaanden, als de prijzen veel lager liggen. Ik was er nu in februari en ook dan is het heel speciaal. Vooral als je het noorderlicht kunt zien!"


Reykjavik Reykjavik is tegenwoordig een trendy, drukke en supergezellige stad. In de bonte winkelstraten vind je winkels met IJslandse sfeer en design en veel hippe restaurants. Denk je dat uit eten duur is in Reykjavik, dan geef ik je graag 2 tips waar je heerlijk en voordelig kunt eten: Krua Thai en Vietnam. Toegegeven, ik houd van de Aziatische keuken, maar ik houd ook erg van Streetfood. Helaas was het populaire Icelandic Streetfood gesloten op dat moment. Beide zijn goed bereikbaar en hebben parkeergelegenheid dichtbij. Ben je maar kort op IJsland ? Dan raad ik je in ieder geval een bezoek aan de Sky Lagoon aan, dichtbij de stad. Dit is puur verwennen! Met een lekker glas wijn in je had in het warme mineraalwater uitkijken of de zee. Wat wil je nog meer… Natuurlijk heeft de Blue Lagoon de naam, maar persoonlijk vind ik de Sky Lagoon leuker en het ruikt er minder sterk naar zwavel … Bovendien kun je het snel bereiken als je in de stad verblijft.

Het zuiden Het drukst bezochte gebied van IJsland is het zuiden, je rijdt van Reykjavik in 2,5 uur naar Vik, een kleine plaats met een prachtig zwart zandstrand. Onderweg naar Dyrhólaey kom je langs de waterval Skógafoss met er vlakbij een leuk volksmuseum: Skogasafn waar je een goed beeld krijgt van hoe het leven op IJsland was tot ca. 100 jaar geleden (super eenvoudig, in turfhutten!) Dyrhólaey is een in zee uitlopende hoge rots waar ontzettend veel vogels nestelen, waaronder de zo beroemde puffin (papegaaiduiker). Echte clowns zijn het met hun koddige gedrag en hun prachtige gekleurde bek. Het uitzicht vanaf de rots is fantastisch. Via Vik vervolg je de weg naar Kirkjubaejarklustur. Je rijdt door een eindeloos landschap van oude lavavelden. Vroeger waren hier vaak zware zandstormen die ook de auto’s konden beschadigen. Je kon van de weg af raken omdat je ineens niets meer zag. Om de stofstormen (en de erosie) te voorkomen zijn er miljarden lupinezaadjes over heel IJsland uitgestrooid. En dat is me toch mooi geworden: hele velden met blauwpaarse lupinen vind je nu overal op het eiland. Ook zijn er zo’n 40-50 jaar geleden veel bomen aangeplant om erosie tegen te gaan en ook te beschermen tegen de enorm harde wind. Hierdoor is het landschap veelzijdiger en groener geworden. IJsland heeft soms her en der een bos (je). Mooi, dat groene en blauwe in het zwart met witte landschap. In het zuiden ligt ook waterval Svartifoss. Heel indrukwekkend. Hier móet je echt naar het uitkijkplateau boven klimmen. Niet omdat het uitzicht zo mooi is van bovenaf, maar omdat je van daaruit een echt fantastische wandeling kunt maken, langs nog enkele watervallen in een heel mooie omgeving.



Het Noordoosten

Al rijdend door het oostelijke deel van IJsland viel me op dat dit echt Scandinavisch aandoet. Ik reed o.a. langs weg 95 en 931 en kreeg echt het gevoel in Fins Lapland of Zweden te zijn (afhankelijk van het landschap). Een mooi gebied om te wandelen en paard te rijden (paardrijden kun je trouwens bijna overal!). Dit is ook het gebied waar nog ca. 3000 rendieren in het wild leven. En als je een beetje geluk hebt kom je die tegen. In het noordoosten ligt het bekende Myvatn (muggenmeer). Gelukkig gaat het hier om vliegen en niet om steekmuggen. Vlak hierbij vind je het Myvatn Nature Baths, het kleine broertje van de Blue Lagoon en minder druk. Wel net zo blauw-melkig wit en met de enorme zwavellucht. Als je dat niet prettig vindt zou ik je aanraden naar Geo Sea in Húsavik te gaan. Vanuit Myvatn kun je naar het noorden rijden en dan kom je bij een indrukwekkend geothermisch gebied met prachtige kleuren: Leirhnjükur. Neem de tijd om hier te wandelen en te luisteren naar het kokende en stomende water, overal pruttelt en sist het. Aan de overkant vind je het blauwe kratermeer van de uitgedoofde vulkaan Viti.


Het Noorden Tussen Myvatn en Akureyri verblijven de meeste toeristen wel 3-4 nachten. En dat is niet voor niets. Hier is veel te zien en te doen. (zie voor de Myvatn regio het noordoosten van IJsland). Uiteraard gaat iedereen hier naar de walvishoofdstad van Europa: Húsavik. Hüsavik is een heel leuk, klein dorp met een centraal kerkje pal tegenover de haven. Hier vertrekken heel regelmatig RIB- en gewone boten om mensen mee te nemen op zoek naar walvissen. Het is niet ongewoon dat je geen walvis ziet. Ik ben op 2 tochten mee geweest waar we geen walvissen hebben gezien. GeoSea is een geothermisch bad in Húsavik, dat uitkijkt over de zee. Een beleving die niet mag ontbreken tijdens je reis door het noorden van IJsland. Het water is echt heerlijk (licht zout) en je kunt hier met een glaasje wijn of bier heerlijk over de zee uitkijken, op zoek naar langs zwemmende dolfijnen die uit het water springen. Als je geluk hebt komt er een walvis de baai in… Iets verder naar het westen ligt Akureyri. De grootste stad van het noorden met ca. 18.000 inwoners en echt een leuke stad, met gezellige winkelstraten en leuke restaurantjes. Ten noorden van Akureyri vind je het volgende schiereiland. Je kunt via Dalvik naar Olafsfjordur en van hier door 4 tunnels (totaal ca. 14 km!) naar Siglufjordur. Dit is een prachtige route. De natuur is hier zó mooi. En het is tevens een skigebied. Daardoor vind je hier ook de typische wintersportzaken met mooie (dure) IJslandse wintersportkleding.





KLM.gif
Melia_edited_edited.jpg