

2 dagen geleden


2 dagen geleden


3 dagen geleden
<script id="vtag-ai-js" async src="https://r2.leadsy.ai/tag.js" data-pid="dg4daU1v0KvwYFaI" data-version="062024"></script>
De Europese Commissie heeft vrijdag 17 juli 2026 voorgesteld om vanaf 2029 ook bepaalde internationale vluchten naar Europa onder het Europese emissiehandelssysteem EU ETS te brengen. Luchtvaartmaatschappijen moeten daardoor voor meer vluchten betalen voor hun CO₂-uitstoot. Voor de Nederlandse luchtvaart betekent het voorstel waarschijnlijk hogere kosten en ticketprijzen, maar mogelijk ook een eerlijker speelveld ten opzichte van concurrerende overstapluchthavens buiten de Europese Unie.
Het voorstel geldt voor internationale vluchten die vanuit bestemmingen binnen een afstand van 5.000 kilometer in de Europese Economische Ruimte aankomen. Daardoor kunnen onder meer verbindingen vanuit Turkije, Noord-Afrika en delen van het Midden-Oosten onder het emissiehandelssysteem komen te vallen.
Vluchten vanuit verder gelegen markten, waaronder de Verenigde Staten en China, worden volgens het voorstel uitgezonderd. Ook routes vanuit bijvoorbeeld Japan vallen buiten de grens van 5.000 kilometer. De maatregel moet in 2029 ingaan, maar moet eerst nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de EU-lidstaten.

Voor Nederland kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn. KLM beschikt vanaf Schiphol over een omvangrijk Europees en intercontinentaal netwerk en kan daardoor voor meer inkomende vluchten emissierechten moeten aanschaffen. Dit geldt naar verwachting vooral voor routes vanuit onder meer Turkije, Noord-Afrika en bestemmingen rond de Perzische Golf die binnen de voorgestelde afstandsgrens vallen. De kosten worden bepaald door de uitstoot van een vlucht en de prijs van Europese emissierechten.
Luchtvaartmaatschappijen kunnen een deel van deze extra lasten doorberekenen in hun ticketprijzen. De precieze prijsstijging hangt af van factoren zoals de vliegafstand, het vliegtuigtype, de bezettingsgraad en de toekomstige prijs van CO₂-rechten.
Voor KLM is vooral het effect op transferpassagiers relevant. Het netwerk op Schiphol is voor een belangrijk deel gebaseerd op reizigers die in Amsterdam overstappen. Wanneer tickets via Schiphol duurder worden, kunnen prijsgevoelige passagiers voor een alternatieve route of overstapluchthaven kiezen.
Tegelijkertijd kan de uitbreiding van het EU ETS de concurrentiepositie van Europese luchtvaartmaatschappijen en Schiphol op bepaalde routes verbeteren. Ook niet-Europese maatschappijen die vanuit luchthavens als Istanbul en Dubai naar Europa vliegen, krijgen voor routes binnen de voorgestelde grens te maken met Europese CO₂-kosten. Volgens de Europese Commissie vermindert dit het kostenvoordeel van concurrerende hubs buiten de EU.
Voor Schiphol kan dit gunstig uitpakken. Een overstap via Istanbul of Dubai kan relatief duurder worden, waardoor Amsterdam op bepaalde verbindingen concurrerender wordt.
Van een volledig gelijk speelveld is echter geen sprake. Vluchten uit de Verenigde Staten, China en andere bestemmingen buiten de grens van 5.000 kilometer blijven volgens het huidige voorstel buiten de regeling. Daardoor kunnen op vergelijkbare langeafstandsroutes verschillende klimaatkosten blijven bestaan.
Hogere luchtvaartkosten kunnen ook gevolgen hebben voor reisorganisaties, zakenreisbedrijven en touroperators. Wanneer luchtvaartmaatschappijen de CO₂-kosten doorberekenen, stijgen de inkoopprijzen van vliegtickets en pakketreizen.
Vooral bestemmingen rond de Middellandse Zee, Noord-Afrika en het Midden-Oosten kunnen hiermee te maken krijgen. Het effect per ticket hoeft beperkt te blijven, maar kan bij grote aantallen passagiers aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor luchtvaartmaatschappijen en reisbedrijven.
De uiteindelijke impact hangt sterk af van de ontwikkeling van de ETS-prijs en de precieze manier waarop de Europese Commissie de uitstoot van internationale vluchten gaat berekenen.
De internationale luchtvaartorganisatie IATA heeft fel gereageerd op het voorstel. Volgens de organisatie herhaalt de Europese Unie een fout uit het verleden door haar emissiehandelssysteem buiten de Europese grenzen toe te passen.
IATA vreest conflicten met landen buiten Europa, een verslechtering van de concurrentiepositie van Europese luchtvaartmaatschappijen en hogere kosten voor reizigers en bedrijven.
De organisatie vindt dat de EU zich moet richten op CORSIA, het mondiale compensatiesysteem voor de internationale luchtvaart dat onder verantwoordelijkheid van ICAO is ontwikkeld. Daarnaast pleit IATA voor meer ondersteuning van duurzame vliegtuigbrandstof, beter bekend als SAF, en voor de invoering van een book-and-claim-systeem.
De herziening van het emissiehandelssysteem kan tegelijkertijd investeringen in schonere luchtvaart versnellen. De Europese Commissie onderzoekt maatregelen om het gebruik van duurzame vliegtuigbrandstoffen te stimuleren en wil een deel van de ETS-opbrengsten inzetten voor verduurzaming.
Voor Nederland kan dit kansen bieden voor producenten van SAF en synthetische kerosine, technologische bedrijven en ondernemingen die betrokken zijn bij duurzame luchthaveninfrastructuur. Daarbij is van belang hoeveel van de opbrengsten daadwerkelijk terugvloeit naar de luchtvaartsector. Wanneer Nederlandse luchtvaartmaatschappijen en luchthavens wel hogere lasten krijgen, maar onvoldoende toegang hebben tot verduurzamingsfondsen, kan hun concurrentiepositie verder onder druk komen te staan.
Het voorstel is nog geen definitief besluit. Het Europees Parlement en de EU-lidstaten moeten nog onderhandelen over onder meer de geografische reikwijdte, uitzonderingen, de ondersteuning van duurzame brandstoffen en de verhouding tussen het EU ETS en het mondiale CORSIA-systeem.






